Radio 2 organiseert voor de vierde keer de verkiezing van de Beste Buurt van Vlaanderen, een plek waar bewoners zich thuis en veilig voelen. Stadssocioloog Stijn Oosterlynck (UAntwerpen) legt uit wat een buurt goed maakt: geborgenheid, ontmoetingsruimte, trekkersfiguren en een positief imago zijn cruciale factoren. De levensfase van bewoners en het aandeel eigenaars versus huurders spelen een rol: "Mensen die een huis gekocht hebben, zijn meer geneigd om te investeren in de buurt", zegt Oosterlynck. Een gedeeld probleem kan buren samenbrengen: wie samenwerkt om iets op te lossen, houdt daar vaak een sterkere buurtband aan over.

Radio 2 organiseert al voor de 4e keer de Beste Buurt van Vlaanderen. De Beste Buurt is een plek waar het plezant is om te wonen en waar elke bewoner zich thuis voelt. Maar wat zorgt ervoor dat een buurt fijn is om in te wonen? Stijn Oosterlynck is stadssocioloog en verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Hij deelt een paar belangrijke inzichten.

Wat is een goede buurt?

"Er is geen vaste definitie voor een goede buurt", zegt Oosterlynck. "Het is niet zo dat een buurtgevoel sterker is op het platteland dan in de stad. Hoe groot of klein de buurt is, speelt niet mee als factor of mensen hun buurt als goed of slecht ervaren." Wat wel meespeelt, is de levensfase van bewoners. "Jonge gezinnen zijn vaak erg buurtgebonden. Kinderen zitten gemakkelijk op dezelfde school en ze spelen samen in de speeltuin of op een plein."

Ook het aandeel 'kopers' en 'huurders' in de wijk speelt een rol. "Als er meer huurders in de wijk wonen, is de kans reëel dat er een minder groot buurtgevoel hangt. Mensen die een huis gekocht hebben in de wijk zijn meer geneigd om te investeren in de buurt. Ze zullen zich ook sneller engageren om aan te kaarten wat moeilijk ligt in de wijk." "Daarnaast zien we dat een buurt in de praktijk heel anders is dan op papier”, zegt Oosterlynck. "De stad of gemeente bakent een buurt administratief af. Maar die grenzen zijn in de realiteit niet bepalend. Een spoorlijn of een beek zorgt veel vaker voor een 'grens' in de buurt."

Geborgenheid

"Mensen verwachten vooral geborgenheid in hun buurt, zoals ze dat van hun thuis verwachten. Een veilig en warm gevoel", zegt Oosterlynck. Goede buren zijn vaak wat hij noemt 'vertrouwde, vreemde mensen'. "Lopen alle goede buren elkaars deur plat? Nee, maar de mensen die in een goede buurt wonen, kennen elkaar wel en de routines in het leven. Goede buren hebben er ook geen probleem mee om elkaar om hulp te vragen."

Gemeenschapsinfrastructuur speelt een belangrijke rol. "Een buurtcentrum, lokalen van de jeugdbeweging, een breed voetpad, een pleintje,... Je kan het woord 'infrastructuur' enorm breed interpreteren. Er moet ruimte zijn om elkaar te ontmoeten. Je moet dingen kunnen organiseren om je buurt te doen draaien. Uit onderzoek blijkt dat dat essentieel is. In veel wijken en dorpen staat de open ruimte onder druk. "In sommige wijken rijden er veel auto's en worden pleinen gebruikt als parking. Daardoor is er geen ruimte voor ontmoeting. Het verdwijnen van de dorpskern is nog zoiets. Een buurt met een bakker of slager is vaak hechter."

Trekkersfiguren zijn belangrijk. "Je hebt vaak een paar mensen die het initiatief nemen en dingen organiseren en dat maakt een verschil." "Daar komen bepaalde sociale vaardigheden en vooral veel durf bij kijken. Dat is niet voor iedereen weggelegd en dat is ook niet erg. Een handvol trekkers zijn genoeg om een hele buurt mee te krijgen en om ook wat stillere mensen, of mensen met minder tijd te motiveren om mee te doen met evenementen."

Wat de buitenwereld denkt

Het stigmatiseren van bepaalde buurten en wijken is nefast voor een buurtgevoel. "Neem nu bijvoorbeeld Kuregem in Anderlecht. De wijk krijgt negatieve kenmerken toegeschreven zoals drugs en geweld. Daar kunnen dingen van waar zijn. Maar dat beeld op de hele wijk plakken, maakt het buurtgevoel stuk." Mensen zijn zich erg bewust van hun woonimago in de buitenwereld. "Ze willen niet met dat negatieve beeld geassocieerd worden en zullen bijvoorbeeld zeggen: ik woon in Brussel, in plaats van in Kuregem."

Een buurt kan krachtig uit de hoek komen. Er zijn tal van voorbeelden van buurten die erin slagen om grote immoprojecten tegen te houden, of waar het lukt om de verkeerssituatie fundamenteel te veranderen. "Vooral een gedeelde vijand wekt een sterke vorm van solidariteit op", zegt Oosterlynck. "Neem het voorbeeld van een buurt waar er te weinig parkeerplaatsen zijn. Dat probleem treft mensen met verschillende achtergronden, die elkaar misschien niet spontaan opzoeken. Om het probleem aan te pakken, moeten de buren samenwerken. Die connectie blijft nadien hangen. Het is dan aan de buren om de contacten uit te bouwen en de goede sfeer vast te houden."