De grootste beroepsorganisatie voor verpleegkundigen, Netwerk Verpleegkunde, bestaat 90 jaar. Sindsdien heeft de organisatie een lange weg afgelegd.
De organisatie ontstond in 1936, toen de 'Vereeniging voor Katholieke Verpleegsters en Vroedvrouwen der Vlaamsche Gouwen in België', kortweg VKVV, werd opgericht. De vereniging verdedigde de beroepsbelangen van katholieke verpleegkundigen en stimuleerde onderlinge contacten.
De VKVV organiseerde ook studiedagen en congressen om de kennis en professionalisering aan te scherpen. Een eigen statuut kwam er pas in 1974, na onder meer een betoging van 17.000 verpleegkundigen. Dat statuut leidde tot meer erkenning van het beroep.
De VKVV organiseerde vanaf 1975 ook de eerste Week van de Verpleegkunde. Sindsdien wordt die ieder jaar gehouden. De nadruk lag op de waardering van de verpleegkunde als volwaardig en autonoom beroep, los van de arts.
Doorheen de jaren werd de katholieke identiteit van de organisatie afgezwakt en seculariseerde het. In 2022 veranderde de naam naar 'Netwerk Verpleegkunde'. Zo lag de nadruk op verbinding tussen verpleegkundigen, ongeacht levensbeschouwing.
Met meer dan 6.500 leden in Vlaanderen en Brussel is Netwerk Verpleegkunde vandaag stevig verankerd in de sector. Haar 90-jarig bestaan doet de organisatie niet alleen terugblikken, maar ook vooruitkijken. "De uitdagingen van vandaag hebben altijd al een beetje bestaan", zegt Ellen de Wandeler, algemeen coördinator van Netwerk Verpleegkunde.
Tekort aan ondersteunend personeel
Net zoals dat vroeger het geval was, is een van de grootste uitdagingen in de zorg de organisatie van het werk, zegt De Wandeler. Met de toenemende digitalisering groeit de rol van verpleegkundigen, die meer doen dan basiszorg alleen. "Verpleegkundigen moeten thuis zijn op veel domeinen en zich bijscholen, want het evolueert snel", klinkt het.
De groeiende complexiteit zorgt ervoor dat de druk op verpleegkundigen hoog blijft. Hoewel er vaak gesproken wordt over een tekort, nuanceert Netwerk Verpleegkunde dat beeld: "Het klinkt misschien gek, maar wij stellen dat het tekort aan verpleegkundigen relatief is. We missen vooral ondersteunend personeel", klinkt het.
Zo ziet de organisatie 2 grote problemen in de huidige zorg die de indruk van een tekort versterken. "Ons land kent een zeer breed zorgaanbod, waar de huidige financiering niet op voorzien is. Het ziekenhuisaanbod is te groot en te versnipperd. Daardoor worden verpleegkundigen op te veel verschillende plaatsen en diensten ingezet", aldus De Wandeler.
Ten tweede doen verpleegkundigen nog te vaak taken die niet tot hun kerntaken behoren. "Uit onderzoek blijkt dat meer dan 80 procent van de verpleegkundigen maaltijden opdient en afruimt. Ongeveer 60 procent zorgt voor het patiëntentransport. Het meeste ondersteunend personeel is om 5 uur naar huis, waarna die taken bij de verpleegkundigen terechtkomen. Dat is niet de bedoeling. Voortdurende ondersteuning is essentieel."
Daarom wil Netwerk Verpleegkunde niet meer verpleegkundigen, maar meer ondersteunend personeel. "Zo gaan verpleegkundigen zich weer bezighouden met de medische zorg voor de patiënten", zegt De Wandeler.
Verandering op komst
De vergrijzing zal de druk op de zorg de komende jaren verder verhogen. "Hoe ouder mensen worden, hoe meer zorg ze nodig hebben. We gaan de piek van de veroudering in 2040 niet alleen kunnen opvangen", zegt De Wandeler.
"De wetgeving rond verpleegkunde heeft de afgelopen tientallen jaren stilgestaan." Maar daar komt verandering in. "Via nieuwe wetgeving die er voor de zomer moet komen, kunnen we detecteren wie welke zorg nodig heeft en wie daarvoor het beste wordt ingezet." Vooral de coördinatie rond de zorg zal veranderen. "Het vraagt veel van verpleegkundigen, maar als er een beroep is dat altijd blijft doorgaan en oplossingen vindt, dan is het wel de verpleegkunde", aldus De Wandeler.
